Welkom

Mijn naam is Ellen Emonds en ik ben leerkracht van groep 8. Op mijn blog publiceer ik de columns die ik schrijf over mijn werkzaamheden in het onderwijs.



dinsdag 1 februari 2011

Ik kan veel moeilijker!

Tom zit in groep 6 en ervaart zijn leven regelmatig als een zwaar bestaan. Niemand begrijpt hem. Hij weet misschien niet hoe waar dat is. We begrijpen hem inderdaad niet zo goed, maar doen wel ons best daar verandering in te brengen. Alle leerkrachten zijn op de hoogte van Toms weerzin tegen regels en plannen die niet samengaan met zijn ideeën. Telkens weer draait het uit op hetzelfde: Tom wordt vriendelijk, streng, lief, correct, kort of weloverwogen gewezen op zijn gedrag en steevast ontploft Tom en stormt kwaad naar binnen.

Het is pauze en alle kinderen zijn buiten. Het is bij ons op school vanzelfsprekend dat de leerkrachten ook buiten zijn en samen voor alle kinderen zorgen. Ik liep over het schoolplein en zag Tom boven op de container zitten. Dat mag niet, dacht ik. Ik was niet de enige die dat dacht, want al spoedig werd ik door kinderen uit verschillende groepen er dringend op gewezen dat ‘Tom weer eens niet luistert.’ Ik liep naar hem toe en vroeg waarom hij bovenop de container zat. ‘Omdat het klimrek stom en saai is en zelfs kleuters vinden het makkelijk dus daar ga ik echt niet op klimmen.’ ‘En dit vind je wel moeilijk? Haha...’ Lachend liep ik weg. ‘Nee, ook niet! Ik kan veel moeilijker!’ riep hij me na. Ik draaide me om en zei: ‘Nou, dat denk ik niet. Ik denk niet dat jij moeilijker kan klimmen dat dit. Blijf maar beter op die container zitten.’ ‘Ik kan echt wel moeilijker, ik kan best in een boom klimmen.’ Ik moest nog harder lachen en maakte weer aanstalten om weg te lopen. Ineens vliegt Tom langs me af en rent naar de boompjes verder op. Hij doet zijn uiterste best om er zo snel en hoog mogelijk in te klimmen. ‘Hmm, dat is niet slecht,’ zeg ik. ‘Maar echt goed is het niet. Geeft niet hoor, je kunt ook niet overal goed in zijn.’ Tom kijkt me wat vreemd aan vanuit zijn boom. ‘Ik bedoel, je kunt dan wel op de container klimmen en in een boom, maar je kunt op het klimrek alleen maar met handen klimmen, niet zonder handen.’ ‘Wel!’ ‘Nee, dat kun je niet. Geeft niks, klim maar gewoon in de boom en op de container, dat is ook knap.’ Deze keer loop ik echt weg en roep mijn klas. We gaan richting de deur, totdat Tom hard mijn naam roept. Ik kijk om en zie hem bijna met zonder handen op het klimrek klauteren, de top bereiken, eraf springen en hard lachend de deur door naar binnen trennen.

Ik besluit hem er maar niet op te wijzen dat we binnen alleen mogen wandelen.

maandag 31 januari 2011

Dagboek van een juf

Kinderen houden je iedere dag een spiegel voor. Zo ook mijn groep achters. Reacties van kinderen zijn wat mij betreft het belangrijkste reflectie-instrument om op ons eigen handelen terug te kijken.

Vrijdag na de cito-toets

Ik heb zojuist een preek afgestoken tegen de kinderen over de werkhouding die ik van hen verwacht na de Cito-toets. Het schooljaar is nog lang niet voorbij en we blijven de komende tijd gewoon het reguliere programma draaien. Toen ik klaar was vatte Jan in één woord samen hoe mijn relaas was overgekomen: ‘Amen.’


Yell

We gaan naar de voorleeskampioenschappen en zijn druk bezig met spandoeken om onze kampioen Marit aan te kunnen moedigen. Ik had gevraagd of er kinderen waren die een leuke yell wisten. Ik hielp kinderen met hun spandoeken op het moment dat Charly naar me toe kwam. “Ellen, Manfred en ik hebben een superleuke yell bedacht!” Omdat ik druk was met het vasthouden van een spandoek, zei ik zonder Charly aan te kijken: ‘Oh leuk, vertel.’ Waarop hij antwoordde: ‘Ja, das ook lekker. Je kijkt niet eens naar me! Dat moet ik wel altijd van jou.’


Mooi hoor!

Dinsdagmiddag, tijd voor handvaardigheid. De kinderen zijn al een aantal weken druk met het maken van hun eigen handpop. Het hoofd is van papier-maché en het lijf van stof. Karim zwoegt op zijn pop en bekijkt hem telkens kritisch van alle kanten. Marjan, tweedejaars pabostudent en onze stagiaire, staat bij Karim te kijken. “Ik vind hem mislukt, hij is lelijk. Wat vind jij ervan?” vraagt Karim aan Marjan. “Ik vind hem helemaal niet lelijk, juist mooi!” Waarop Karim opmerkt: “Hmm, ik weet heus wel dat je op school leert om zo op kinderen te reageren, maar die pop ziet er niet uit natuurlijk”.


1 april

We hebben met het team een volgens ons leuke 1 april grap bedacht. In verband met overmatig gebruik van toiletpapier door de kinderen, moet iedereen woensdag (1 april) een eigen toiletrol meenemen. Dit om kinderen bewust te maken van het aantal velletjes dat ze telkens door de wc spoelen. Er is zelfs een officiële brief mee naar huis gegaan. Gevolg: boze en verontwaardigde kinderen! Belachelijk vonden ze het, wij wisten toch zeker ook wel dat het in de bovenbouw helemaal geen probleem is? En waarom werd dit niet eerst even besproken met de kinderen, dan konden ze tenminste meedenken over een oplossing voor dit toiletprobleem.Heel goed, die constructieve houding! ’s Middags hadden echter al een paar kinderen een toiletrol mee naar school genomen. Dat moest toch, reageerden ze nog steeds verontwaardigd.Trots op mijn mondige, maar brave kinderen liep ik aan het einde van de dag naar mijn auto. Tot mijn verbazing was hij helemaal omwikkeld met wc papier en hing er een klein briefje aan: ‘Alvast 1 april!’

Voetbaltoernooi

Eindelijk is het dan zover: deze week is het schoolvoetbaltoernooi. Zelf ben ik behoorlijk fanatiek, mijn motto is niet voor niets: winnen is belangrijker dan meedoen! Hierover maak ik wel eens een grapje tegen de kinderen, maar stiekem meen ik het wel. Ik dacht alleen dat ik dat aardig goed verborgen wist te houden voor de kinderen. De meiden en de jongens hebben een apart team. De meiden zijn sinds drie weken niet meer bang voor de bal en dat is al een hele prestatie. Het jongensteam is echter een geoliede machine en ze maken heel veel kans om het toernooi te winnen. Beide teams spelen in hun eigen poule en we hebben het in de kring even over de wedstrijdtijden, het aanmoedigen van elkaar en dergelijke. We stoppen met kletsen en gaan naar buiten om te pauzeren. Eén van mijn meiden komt naar me toe en merkt nuchter op: ‘Volgens mij heb je meer vertrouwen in de jongens dan in ons.’ ‘Hoezo?’ reageer ik. “Omdat je het telkens over ‘het meisjesteam’ en ‘wij’ hebt.”